Jongens zijn ’t
Het is een titel die tot de verbeelding spreekt: Jongens zijn ’t. Je hoort het iemand zo zeggen, op bijna vertederde toon: ‘Jongens, zijn ’t.’ Maar je kunt het ook lezen als een verwijt: ‘Jóngens zijn ’t.’ Of als een onafgemaakte zin. Na het lezen van Angela Crotts boek Jongens zijn ’t lijkt het ontbrekende…